Feuilleton 'Een liefde op de barricades, Parijs 1968'

‘Een liefde op de barricade, Parijs 1968’ – hoofdstuk 7

Hier alweer het zevende hoofdstuk van het boek ‘Een liefde op de barricades, Parijs 1968’ van Niko van der Sluijs.
Nieuwsgierig hoe het verder gaat? Over 14 dagen vind je hoofdstuk 8 op deze site.

En dan worden je stoutste dromen waar op 500 kilometer van onze eerste ontmoeting, van onze eerste dans. Onze tweede dans en ook nog eens op het nummer van ‘the Animals’. Laten we dansen …

7. Joyce
And then I kissed her

We dronken koffie aan haar tafel en kletsten honderd uit. Dit was onze derde ontmoeting in één week, we leken nooit uitgepraat. Haar kamer op de Boulevard Flandrin was klein, maar gezellig. Alles stond net als in mijn kamer dicht op elkaar, maar daar waar ik er zonder enige moeite een onvoorstelbare puinhoop van gemaakt had, toonde Joyce aan dat vrouwen van een andere planeet kwamen dan mannen en leefde zij in een opgeruimd, gezellig vertrek. In een nis stond haar met een blauwe sprei opgemaakte bed. Naast een grote linnenkast was een tafeltje met een spiegel geplaatst, waarachter een smalle doorgang naar een krappe doucheruimte. Een andere uitsparing in de kamer was net genoeg voor een piepklein keukentje met een gasstel en een koelkast, waar pannen keurig in het gelid stonden. Een houten eettafel maakte deel uit van haar woonkeuken, zoals Joyce dit gedeelte van haar kamer noemde. In het midden van de kamer stond een glazen tafeltje met een vaas met de rozen, die ik haar had gegeven. Ik had een fortuin betaald voor de tien rode rozen met een kaartje, waarop ik ‘La Vie en Rose’ had geschreven, uiteraard geïnspireerd door Edith Piaf. De kamerwanden waren net als in mijn kamer behangen met donker behang, bezaaid met grote goudkleurige medaillons. In tegenstelling tot mijn donkere diepe kast straalde deze kamer licht en leven uit. Er was sfeer, die er rond deze kleine krachtige verschijning altijd moest zijn. De kamer maakte onderdeel uit van een groot huis, waarin haar oom en tante woonden wanneer zij in Parijs waren en niet voor hun werk ergens anders op de wereldbol. Joyce was naar Parijs gekomen om goed Frans te leren, de taal waarop zij op het lyceum verliefd was geworden en waarin zij verder wilde studeren. Het tijdelijk in huis wonen bij haar oom en tante was een logische stap, maar op deze wijze een eigen kamer treffen was uniek.

Ik staarde naar de bewegende mond van Joyce, haar mooie tanden schitterden tussen haar prachtige lippen, die woorden vormden, waarvoor ik alle concentratie moest opbrengen om ze te horen, om niet afgeleid te worden door al dat andere aan haar. De eerste keer, tijdens ons etentje, had zij mij duidelijk gemaakt, dat zij nog steeds een relatie had met haar in Nederland achtergebleven vriend John. Een duidelijke hint; ik moest mij geen illusies maken. Zij tilde hierbij haar arm op en spietste met haar wijsvinger bijna mijn neus. Ik voelde de warmte van haar hand dicht bij mijn huid. Hoewel zij afstand predikte, had ik dat idee niet bij ons afscheid, in tegendeel. Na afloop van het eten omhelsde zij mij als bij de eerste ontmoeting in ‘Luce’ en gaf mij een volle zoen op mijn mond. Mijn gezicht trok onmiddellijk samen tot de bekende spastische grimas, waardoor ik nauwelijks uit mijn woorden kon komen. We spraken snel weer af. Dit was de derde afspraak en voor het eerst bij haar thuis. Ik vroeg haar gisteren of zij dit niet gevaarlijk intiem vond. Zij lachte voor zich uit, maar ik zag haar blozen. Ik vermoedde haarscheurtjes in haar zorgvuldig opgebouwde bastion.

Joyce stond op en vroeg mij welke plaat ik wilde horen. Zij was nerveus, haar slanke vingers tikten onrustig op de kast, waarin zij een hoeveelheid platen bewaarde. Heel wat meer, dan de tien die ik tot mijn collectie mocht rekenen. Ik zag haar roodgelakte nagels kleine putjes maken in de waslaag van het sierlijke, bruine meubel. Haar frêle lijf bibberde alsof er een koude windvlaag haar lichaam raakte. Dit keer was ik de rustige partij, die zich warmde aan haar aanwezigheid. Tot overmaat van ramp koos ik drie keer achter elkaar een plaat, die zij niet had. Het maakte haar niet rustiger. Zenuwachtig lachend moest zij bekennen niet aan mijn keuze te kunnen voldoen. De vierde was raak en Joyce legde met bevende hand de arm van de platenspeler op het ‘singletje’. Na wat gekras stroomden de klanken van The Easybeats ‘Friday on my mind’… de kamer in. De eerste single die ik ooit kocht nu te horen op een vrijdagnamiddag in Parijs gaf mij in een goddelijk gevoel. Joyce stond half te swingen naast de platenspeler. Ze trok aan mijn arm:
‘Laten we dansen. ‘
‘Oké.’
Even later dansten wij hoog boven de Boulevard Flandrin.
Tijdens de laatste flarden muziek liep Joyce bij mij weg en wisselde vliegensvlug The Easybeats voor de volgende plaat.
‘Nu weer één voor mij.’
Ik was nieuwsgierig naar haar keuze. ‘Bring it on home to me’ van The Animals. Met een glimlach probeerde zij haar onzekerheid te verbergen.
‘Die wil jij vast wel horen, dat was onze eerste dans, weet je nog?’
‘Ja dat weet ik nog goed, maar ik wist niet…’
‘Wat wist je niet?’
‘Nou, dat jij je dat herinnert, dat eh…, verwachtte ik niet.’
‘Weet je Pieter, het klinkt misschien stom, maar dat moment heeft mij niet meer losgelaten.’
‘Waarom wil je dan zo graag, dat ik weet dat John voor jou de enige is?’
‘Niet nu, niet nu.’

Joyce liet haar handen in mijn hals samen komen. Langzaam bewogen wij op het slome ritme van The Animals, we spraken niet en genoten van het hier en nu. Hoewel ik vol twijfels zat en vraagtekens over haar relatie met John, laaide van binnen het vuur op net als toen in het wijkgebouw in Lombardijen. ‘Bring your sweet lovin’ bring it on home to me…’ De klanken van het orgel zweepten de band op, maar het ritme bleef slow. Wij dansten lijf aan lijf. Zij keek net als toen naar mij op, een brede glimlach trok aan mijn aangezichtsspier. Ik bracht mijn hoofd naar beneden, Joyce keek omhoog… ‘if you ever change your mind about leavin’…’ Onze lippen botsten, onze tongen zochten elkaars zoete smaak. Ik klemde Joyce vaster tegen mij aan, voelde haar in alles, snoof haar geur op, proefde haar. Eric Burdon was opgehouden met zingen, toen wij nog doorzweefden in onze dans, die zonder muziek verder ging en waarbij Joyce mij langzaam naar de nis duwde, waar haar bed ons opving. Onze monden waren niet van elkaar geweest. We gaven elkaar slechts even de ruimte adem te halen. Ik durfde niet verder te gaan. Waar ik mij in andere tijden te achteloos gedroeg, was een dergelijk gedrag mij hier bij dit meisje vreemd. Ik voelde haar zachte, breekbare lijf onder me. We gaven elkaar in een verhoogd tempo kusjes, meer niet. We spraken geen moment: ‘Silence is golden’ van de Tremeloes. Een status-quo, een betovering, een alles verdringend verlangen naar intimiteit. Wij keken elkaar aan. Joyce liet haar handen onder mijn T-shirt glijden en begon zacht over mijn buik en borst te wrijven. Ik fluisterde lieve woordjes in haar oor. Eindelijk durfde ik mijn hand op haar borst te leggen, de ademhaling van Joyce versnelde licht. Haar hand rustte tegen mijn kruis. Langzaam gleden kledingstukken van ons af, terwijl wij genoten van onze aanrakingen. Het duurde naar mijn gevoel uren, voordat wij naakt waren. Ik gleed zacht in haar, voelde haar buik tegen mijn buik. Haar borsten speelden met mijn borstharen. Haar warmte verspreidde zich door mijn lichaam. We gaven ons over aan de meest intieme dans, die bestaat… ‘Let’s spend the night together, now I need you more than ever…’ Ik bewonderde die vrouw, haar jukbeenderen, haar donkere ogen, die mij strak aankeken. Ik zag dat haar ogen vochtig waren. In die ogen wilde ik verdrinken, voor eeuwig ondergedompeld blijven. Haar haren sleepten door haar bezwete gezicht, onze lijven kleefden in een onweerstaanbaar verlangen aan en in elkaar. Lichamen die tot ontploffing kwamen en de dansvloer uitgeput moesten verlaten. Vastgeketend aan de vrouw, die mij veroverde, keek ik in die prachtige ogen, die lief naar mij opkeken, waaruit tranen een weg langs het verhitte gezicht zochten. Haar snelle ademhaling liet haar borsten in hoog tempo op en neer gaan. Haar kleine roze tepels stonden vooruit tussen ringen van prachtige parels gevormd door het glinsterende transpiratievocht. Ik voelde een traan uit mijn ooghoek glijden, een traan, die halverwege van mijn wang druppelde en precies in het kuiltje van haar hals uiteenspatte. Ik huilde vrijuit, dit had ik nooit voor mogelijk gehouden.

Ik kan mij niet herinneren een moment te hebben geslapen. De hele nacht hebben wij in elkaars armen gelegen, herhaaldelijk de liefde bedreven, zonder woorden, begeleid door de mooiste muziek, onhoorbaar, maar voelbaar in iedere vezel. We kregen het koud ondanks de brand die in ons woedde, omdat we de dekens naar het voeteneinde hadden geschopt. Joyce trok het laken over ons heen.
Terwijl een harde herfstwind de regen tegen de ramen liet kletteren en de laatste blaadjes uit de bomen werden gejaagd, was het binnen één van de mooiste lentes ooit. Ik had croissants gehaald en Joyce koffiegezet. De ochtend na de nacht van mijn leven. Joyce moest naar de FTS. Ik had een vrij weekend. Zwijgend dronken we onze koffie, aten onze croissantjes. Na elke hap, elke slok drukten wij onze lippen op elkaars mond. Geen moment konden we zonder elkaars aanraking, ‘Touch’ Wally Tax en the Outsiders.
Even later liepen we door een druilerig Parijs naar Place Victor Hugo. Het weer deerde ons niet, wij liepen hand in hand, we zweefden ver boven de grond, kusten elkaar vrijmoedig en zongen voluit het nummer van de Beach Boys. ‘When we danced, I held her tight, then I walked her home that night, and all the stars where shining bright… And then I kissed her…’
De laatste regel was voor ons het sein elkaars mond langdurig op te zoeken. In de metro van Place Victor Hugo naar Place de Clichy herhaalden we ons spel, terwijl de mensen om ons heen lachten, niemand reageerde geïrriteerd. Het kon ook niet. Alle vlaggen hingen uit, overal moesten slingers hangen, overal moest het feest zijn, de trompetten schalden. Ik was zo idolaat van dat mens; ‘…and than I kissed her. I kissed her in the way that I’d never kissed a girl before, I kissed her in a way that I hope she liked for evermore …’

Place de Clichy, restaurant Luce, de gasten wachtten. Straks zou ik weer alleen zijn, euforisch maar alleen. We vertraagden onze pas, bleven zingen in de maat van het lied:
‘…Then I asked her to be my bride, and always be right by my side, I felt so happy, that I almost cried and then I kissed her…’ De laatste klanken produceerden we recht voor de ingang van onze werkgever. De kus hielden we lang aan. Toen ik mijn ogen opendeed, zag ik een grijnzende Viviène naar ons kijken.
‘Lieverds, de volgende keer iets meer afstand van deze deur graag.’
Zij bleef lachen, ondanks het feit dat zij onze intimiteit ter discussie stelde. Een opmerking die ik niet wilde begrijpen, maar wel begreep en begrijpen moest, gadver… wat was de wereld rondom ons verdomde saai! Ik lachte breeduit naar Joyce en gaf haar en onze ‘patron’ een keurige hand.
‘Morgenmiddag om zes uur pik ik je op.’
Joyce knikte. Het leek alsof ze langs mij heen droomde met die diepdonkere ogen, die warme en tegelijk mysterieuze blik. Ze gaf me haar glimlach als afscheid, waarna ik richting Quartier Latin zweefde.

Boven mijn boeken viel ik in slaap, had nog geen letter gelezen. Mijn hoofd in de wolken, mijn gedachten bij haar. November 1967, wat een maand!

Niko van der Sluijs

Related posts
Feuilleton 'Een liefde op de barricades, Parijs 1968'

'Een liefde op de barricade, Parijs 1968' - hoofdstuk 5

Hier alweer het vijfde hoofdstuk van het boek ‘Een liefde op de barricades, Parijs 1968’ van…
Lees meer
Feuilleton 'Een liefde op de barricades, Parijs 1968'

'Een liefde op de barricade, Parijs 1968' - hoofdstuk 4

Hier alweer het vierde hoofdstuk van het boek ‘Een liefde op de barricades, Parijs 1968’ van…
Lees meer
Feuilleton 'Een liefde op de barricades, Parijs 1968'

'Een liefde op de barricade, Parijs 1968' - hoofdstuk 3

Hier alweer het derde hoofdstuk van het boek ‘Een liefde op de barricades, Parijs 1968’ van Niko…
Lees meer

EXCLUSIEVE TOEGANG

Word lid van VOM HU

Als lid van VOM HU blijf je verbonden met oud-collegas om ervaringen, geluksmomenten en (persoonlijke) kennis te delen.




LID WORDEN