Nu ik als gepensioneerde tijd heb, probeer ik plaatsen te bezoeken die een rol in mijn leven hebben gespeeld. Mijn geboortehuis, een boerderij bij Ouderkerk aan de Amstel, waar ik de eerste zes jaren van leven heb doorgebracht, is enkele jaren geleden platgegooid door Sven Kramer (schaatser) en Naomi van As (hockeyster) die op de mooie locatie een nieuwe woning wilden bouwen.
Ik zat vijf jaar op de middelbare school in Amstelveen. Het CLA (Christelijk Lyceum Amstelveen) was gehuisvest in een aantal houten noodbarakken aan de Kastanjelaan. Dit gebouw werd in 1978, zes jaren nadat ik daar mijn HBS-diploma had verworven, gesloopt.
Mijn vuurdoop in het middelbaar onderwijs was in 1978 toen ik een jaar lang wekelijks 12 lesuren Wiskunde verzorgde aan het Revius Lyceum in Doorn. Toen ik daar vorig jaar in de buurt was, dacht ik ‘even binnen kijken of ik nog dingen herken’. Helaas, er stond een prachtig nieuw gebouw op de plaats van het oude, waar ik lang geleden tot de conclusie kwam dat ‘mijn klassenmanagement nog niet op orde was’.
Mijn doorstart in het middelbaar onderwijs vond plaats van 1979-1986 in Heemstede. Het categoraal Atheneum Adriaen Pauw was de plek waar ik mijn identiteit als docent ontwikkelde. Het fraaie gebouw werd in 1972 betrokken. In 2012 stond het gebouw er verlaten bij; het AP was gefuseerd en had Heemstede verlaten. Enkele kunstenaars en een kinderopvang hadden er een tijdelijke plaats gevonden. In 2013 kwam de sloopkogel op bezoek.


In 1986 ging ik bij de HEAO werken aan de Max Euwe straat in Utrecht. De HEAO was gevestigd in houten barakken in de wijk Zuilen. De fusie tot Hogeschool van Utrecht kwam en de verhuizing van de HEAO vond plaats in 1995. Al snel werden er brandjes gesticht in de verlaten, monumentale barakken aan de Max Euwestraat.
Vorig jaar bezocht ik het VU-gebouw aan de Boelelaan in Amsterdam, waar ik ooit mijn wiskundig brein ontwikkelde. Dit gebouw was in de sixties van de vorige eeuw in gebruik genomen en stond al zestig jaar, fier in al zijn lelijkheid, onaangetast op zijn plek. Een willekeurige oud-wiskundestudent van de VU zal meteen herkennen wat Q105 en Q112 voor codes zijn: de collegezalen waar wij soms enthousiast werden van wat ons voorgeschoteld werd én waar wij ons rot verveelden als een hoogleraar overduidelijk zijn college slecht had voorbereid en op de automatische piloot monotoon zijn kennis de zaal in slingerde. De kleine donkere trappenhuizen brachten de somberte bij me terug die ik in die tijd beleefde, want mijn studentenleven was geen continu feestgebeuren. 2026: Gesloopt.
Is er dan niets meer over van mijn schoolgebouwen? Ja, het gebouw van mijn lagere school in de Waver, een kleine landelijke buurtgemeenschap, staat er nog. Het is al veertig jaren in gebruik als buurthuis. Want een lagere school van 35-40 leerlingen… dat was in de tachtiger jaren al niet meer efficiënt. Grappig hoeveel je je herinnert als je in zo’n gebouw terugkeert, waar een belangrijk deel van je leven ligt.
Ad Franzen


