Bezoek aan Slot Zuylen
Op 27 maart ging een groepje van tien VOM’ers naar het Slot Zuylen, een van de oudste kastelen aan de Vecht. Het ligt in het dorpje Oud-Zuilen, inmiddels onderdeel van de gemeente Stichtse Vecht.
Het slot bestaat al sinds de dertiende eeuw en werd tot 1952 bewoond door de familie Van Tuyll van Serooskerken. De laatste pater familias heette Frits, dacht onze rondleidster, zijn voorletters waren in ieder geval F.C.C. Hij had vele bestuursfuncties, onder andere bij het Rode Kruis en hij was ook burgemeester van Zuilen. Hij zorgde dat het kasteel een stichting en een museum werd.
We kregen uitleg over de verbouwingen, de kamers, het servies en de verschillende roemruchte edelen die het kasteel bewoonden, van heldhaftige ridders tot rebelse vrijdenkers, en over het uithuwelijken en vererven. Dit laatste deed me denken aan de lezingen die we als VOM het afgelopen jaar hebben georganiseerd over het levenstestament dat ervoor moet zorgen dat je erfgenamen niet voor verrassingen komen te staan. Dat gebeurde namelijk wel een keer op het kasteel: een telg van de familie Van Tuyl van Serooskerken liet het slot niet na aan een zoon, maar aan een kleindochter. De kleindochter die op haar dertiende werd uitgehuwelijkt stierf echter jong. Haar vader trouwde toen met een volle nicht en kwam alsnog in het bezit van het kasteel.
De bekendste bewoner was de intelligente maar rebelse schrijfster Belle van Zuylen (1740-1805). Zij woonde er maar liefst 31 jaar, maar erfde het kasteel niet. Als oudste dochter kwam zij niet aanmerking omdat het slot alleen in de mannelijke lijn vererfd werd. Haar adellijke status gaf haar toegang tot de hoogste kringen, maar Van Zuylen voelde zich ongelukkig in deze verstikkende omgeving, waar vrouwen de strikte etiquette moesten gehoorzamen. Haar eerste verhaal, Le noble (1763), in het geheim geschreven en anoniem gepubliceerd, is een genadeloze afrekening met dit milieu van de Hollandse adel. Toen haar vader erachter kwam, kocht hij alle boeken op en liet ze verbranden. Van Zuylen zou lange tijd geen verhalen meer schrijven. Er zijn nog twee boeken, maar die hebben we niet gezien. Wel zijn alle brieven bewaard gebleven die Belle (in het Frans) schreef aan een getrouwde man, een Poolse graaf, die ze op een feestje ontmoette. Dat corresponderen bleef ze jaren doen. Ze vroeg hem alle brieven te verbranden, maar dat deed hij niet.
Voordat we er erg in hadden was de rondleiding achter de rug, werd er een groepsfoto gemaakt en gingen we richting het Koetshuis voor bitterballen en een drankje.
Henk Penseel



