We leven in een gaaf land, waar heel veel kan. Om te voorkomen dat het een chaos wordt, hebben we een fijnmazig net van regels en wetten. Op een willekeurige werkdag op de hogeschool, kom ik in aanraking met deze voorschriften. ‘Do’s en Don’ts’ is de huidige benaming in HU-jargon.
In de ochtend sta ik met de fiets braaf voor een rood stoplicht te wachten. Links en rechts schieten de fietsers langs mij heen. Het wordt groen en ik haal een jonge vrouw in die op de fiets aan het telefoneren is. ‘Weet jij dat het verboden is om met je smartphone op je fiets te bellen?’ Het antwoord volgt spontaan: ‘waar bemoei jij je mee ouwe lul? Flikker op of ik ga gillen.’
Naast de ingang van het HU-gebouw staat een student te roken. ‘Kijk zie je die blauwe tegel? Het USP is rookvrij tegenwoordig.’ De student drukt zijn peuk uit tegen de muur en laat hem demonstratief op de blauwe tegel vallen. ‘Ik bepaal zelf wel waar ik rook. Heb jij niks beters te doen dan rokers lastig vallen?’
Bij de achteruitgang van het gebouw staan drie collega’s een sigaretje te roken. ‘Is dit een van de officiële rookplekken in het USP?’ Opper ik voorzichtig. ‘Nee hoor, die is 500 meter verderop. Maar daar is nooit iemand, heel ongezellig en het waait er enorm.’
In het gebouw staat een groepje studenten hun afval in het drietal afvalbakken te deponeren. ‘Wat goed dat jullie je afval scheiden. Toch gaat het niet helemaal goed. Zie je die bak met die drie cirkelvormige openingen? Daar moeten de koffiebekertjes in. En het plastic afval moet in die bak met de oranje rand.’ ‘Ach man maak je niet druk. Ze dumpen toch alle afval op één stortplaats. Dat scheiden van afval heeft geen enkele zin’.
In gedachten verzonken loop ik een stukje op de stoep en heb niet in de gaten dat er een fietser nadert, die op het voetpad rijdt. ‘Hé, man, kan je niet uitkijken? Heb je soms poep aan je ogen?‘ Mag ik je er even op wijzen dat dit een VOETpad is? Dan is het de bedoeling dat jij afstapt en met de fiets aan de hand loopt.’ De student steekt zijn middelvinger op en wijkt op het laatste moment uit, voordat een botsing optreedt.
In mijn hoorcollege is het weer raak. ‘Dames en heren, mag ik u eraan herinneren dat ik geen smartphones wil zien gedurende dit college.’ Jij daar, jongen, kom je smartphone maar even afgeven dan krijg je hem na het college terug. De student verlaat demonstratief het college en gooit de deur met een smak dicht.
In de avond controleer ik hoeveel studenten de eerste opdracht hebben geüpload op Gradework. Acht van de twintig studenten hebben een document ingeleverd… In mijn mailbox heb ik berichten van de overige 12 studenten die om allerlei redenen de deadline net niet hebben gehaald. Ze hebben de opdracht bijgevoegd met het vriendelijke verzoek of ik het wil beoordelen. Er zit een belangrijk leermomentje voor deze 12 studenten aan te komen.



