In de conceptversie van het nieuwe Instellingsplan ‘HU in 2032’ lees ik het: de student staat centraal. De organisatie moet eenvoudiger. Minder focus op de bachelors. Het klinkt nobel. Maar bij mij gaan alle haren overeind staan. Want als de student op één staat, staan de medewerkers dus niet op één. Dat kan niet anders. Wat zeg je daarmee impliciet? Wat doet dat met de mensen die elke dag voor die studenten staan?
Ik moet denken aan Coffee Corazon in Amersfoort. Een onderneming met een eigenzinnige visie. Punt drie van hun zeven punten:
De klant is geen koning. We zijn mensen, net als onze gasten. En dat betekent dat we allemaal gelijk zijn. Dus de klant kan ook ongelijk hebben, en ja, het personeel kan óók ongelijk hebben. Een koning suggereert ongelijkheid, en dat is nou juist iets waar wij niet van houden bij Coffee Corazon.
Hoe zou het zijn als een hogeschool dit omarmt? Soms heeft de student ongelijk. Soms heeft de docent het bij het verkeerde eind. Dat verschilt per situatie. En dat vraagt een scherpe blik, geen beleidsuitspraak. Ik begrijp de onderliggende intentie: minder uitval in het eerste jaar, studeerbare programma’s, gebalanceerde toetsdruk. Dat zijn belangrijke doelstellingen.
Maar de keerzijde is reëel. Versnipperde roosters voor docenten. Hogere werkdruk door de druk op voortdurende feedback. Steeds meer taken bovenop een al vol takenpakket. Het risico: docenten die uitvallen. Ziekmeldingen. Burn-out. Juist nu, met bezuinigingen en krapte, is het des te belangrijker om je medewerkers te koesteren. Docenten die goed in hun vel zitten, stralen dat direct uit naar studenten. Dat is geen soft HR-verhaal. Dat is gewoon logica.
Daarom pleit ik voor een én-én-benadering. Oog voor de student én oog voor de medewerker. Niet de een boven de ander. Een partnership vanuit gelijkwaardigheid, met verschillende rollen en verantwoordelijkheden.
Dát is pas een onderscheidende visie. Geen containertekst die je op iedere hogeschool kunt plakken.
Kortom: Als je de student op één zet, wie zet je dan op twee?
