Velen van ons hebben het meegemaakt: we stoppen met werken en gaan de laatste fase van ons leven in. Dat is voor sommigen onder ons een bevrijding.
Eindelijk kan je de professionele identiteit afleggen. Uit die docentenjas. In de afgelopen vijftig jaren is het onderwijs sneller veranderd dan in de 500 jaren daarvoor. Toen ik in 1978 startte als leraar wiskunde in het middelbaar onderwijs, leek dat onderwijs nog sterk op het wiskundeonderwijs dat ik zelf genoten had aan de HBS van 1967-1972.
Je legde technieken uit en liet de leerlingen sommetjes maken om te zien of ze het begrepen. In de tachtiger jaren is het wiskunde onderwijs ingrijpend veranderd. De graad van abstractie werd lager en bij vele sommetjes kwam een introductie van een hedendaags probleem om aan te tonen waarom die wiskunde belangrijk was.
In 1986 stapte ik over naar de HEAO Utrecht en dat was een soort “middelbaar onderwijs +”. Studenten kregen nog steeds zo’n 25 uur per week les in allerlei vakgebieden. Na de fusie tot Hogeschool Utrecht veranderde mijn professionele identiteit. Ik hoefde niet meer alles uit te leggen; studenten moesten zelf aan de slag en werden verondersteld een ‘leervraag’ te koesteren. In het hbo nam de behoefte aan vakspecialisten af en nam de vraag naar generalisten toe.
We werden coach, ook wel SLoeBer (Studieloopbaanbegeleider) geheten en dat werd een belangrijke taak voor alle docenten. Zo verschoof de focus voortdurend: wat is belangrijk voor een goede docent. De zuivere ‘kennisoverdragers’ of ‘verhalenvertellers’ in het onderwijs kregen het moeilijk. Docenten die flexibel zijn en zich makkelijk verdiepen in nieuwe lesstof, werden erg belangrijk voor de hogeschool. In sommige opleidingen zie je dat bepaalde cursussen verdwijnen uit het curriculum; niet omdat de lesstof onbelangrijk zou zijn maar omdat de expertise niet meer aanwezig is bij docenten. Wiskunde-statistiek docenten en taaldocenten deden vlak voor hun pensionering totaal andere dingen dan aan het begin van hun hogeschoolloopbaan.
Docenten staan niet meer 25 lesuren per week voor de groep om hun kennis over te brengen. Het begeleiden van projecten, het beoordelen van studentenwerk, het geven van feedback, het aansturen van leerteams… Dat werd belangrijker dan het overdragen van kennis en vaardigheden. Dit verliep gelijktijdig met de opkomst van de computer, de introductie van het internet en het leren op afstand.
Daar zat je opeens in de Coronatijd tegen je computer te praten. Sommige studenten hadden hun camera uit en je moest maar hopen dat studenten iets oppikten van jouw online college. Corona was een zegen voor de ontwikkeling van Blended Learning en we konden niet meer om het belang van de computer heen.
De pensionado’s die genoten van deze ontwikkelingen hebben moeite met het neerleggen van de docentenrol. Zij worden lid van de VOM HU om nog een beetje mee te kunnen doen.
Zij die alle veranderingen zat zijn, maken plannen voor een toekomst buiten het onderwijs en zullen nooit Oud Goud worden. In de bijlage een prachtige landkaart van het docentenlandschap anno 2026.

